Ghost Party (Part 1)

Residentie Manon de Boer en Latifa Laâbissi

Kunstenaar Manon de Boer en choreografe Latifa Laâbissi ontmoeten elkaar in 2015 tijdens een workshop over de invloed van Oskar Schlemmer en de vloeibaarheid van werken over verschillende media en artistieke talen heen. Voor beiden is pluri-disciplinariteit essentieel. Ze kiezen ervoor hun samenwerking te verdiepen over langere tijd. Deze opzettelijk uitgerekte periode creëert de mogelijkheid om binnen verschillende werkcontexten samen te werken: rondtrekkende gesprekken, herinneringen aan lezen en tuinieren, correspondentie en collages.

Zowel de Boer als Laâbissi hanteren geconsolideerde werkmethoden en trajecten. Hun samenwerking zien ze als een gelegenheid om de inertie die dit kan meebrengen uit te dagen en anders te functioneren. Zo bouwen ze in de loop van de tijd aan een gemeenschappelijk corpus van beelden, een mentale kaart die ze activeren en verkennen.

In 2020 werken ze elke maand een week lang samen. Tijdens deze residenties monteren ze teksten, werken ze aan de mise-en-scène van de performance, en aan het script voor de film. De residentie en co-productie kadert Netwerk Aalst´s zoektocht naar integrale vormen van institutionele ondersteuning voor artistieke creaties. De performance gaat in première op 30 en 31 oktober in Wiels.

Ghost Party (Part 1) plaatst de stem centraal. Het stelt het timbre, de taal en het accent van de stem in vraag. Het zijn niet langer de kunstenaars die spreken maar fantomen die hun lichaam en geest innemen. Mladen Dlojar beschrijft de stem in A Voice and Nothing More (2006): “The ‘object’ voice represents a break: it holds language and body together and at the same time cannot be located in either of them”.

De Boer en Laabissi richten zich vooral op de vrouwelijke stem die doorheen de geschiedenis vaak louter met affect verbonden is (en door het gebruik van de stem ook buiten de maatschappelijke orde geplaatst wordt – o.m. lamentatie, heksen, hysterie) en niet met taal en betekenis. The disembodied voice is vooral terug te vinden als mannelijk, de verteller, de voice over bij documentaires, het objectieve, de rede. De vrouwelijke stem blijft verbonden aan het lichaam en aan de blik van de toeschouwer. De Boer en Laâbissi nemen hierin een kritische houding aan (in de lijn van Marguerite Duras en Chantal Akerman) waarbij de stem en het lichaam, hun eigen stemmen, talen en accenten op verschillende manieren ingezet worden binnen het werk. Desidentificatie is hier een onderliggend thema, opgevat als het mogelijk maken van verandering door het absorberen van verschillende invloeden die ons denken, onze gebaren, ons zijn in de wereld vormen.

De selectie van fragmenten van conversaties die ze gebruiken in de performance bestaat uit dialogen. Een dialoog tussen de schrijfster Marguerite Duras en filmtheoreticus Serge Daney over tv kijken tijdens slapeloze nachten, nasynchronisatie en accenten; een gesprek tussen Hubert Godard (ex-danser/osteopaat/ docent Alexander-techniek) en Suely Rolnik (psycho-analytica) over niet-visuele perceptie; tussen antropoloog Eduardo Viveiros de Castro en journaliste Adèle Van Reeth over antropofagie en zijn antropologische veldwerk in Brazilië; tussen dichteres Anne Carson en Eleanor Wachtel over stilte; tussen kunstenaars Félix Gonzales-Torres en Ross Bleckner over hun werk; een monoloog van de Franse rapster Casey over rock, punk, de Franse banlieu en andere inspiratiebronnen; een monoloog van Laâbissi over de stomme schreeuw van Valeska Gert, herhaald door Manon de Boer. Terwijl de kunstenaars spreken, maken ze met een 70-tal verschillende vazen configuraties.

Ghost Party (part 1) wordt gerealiseerd met de steun van Vlaamse Gemeenschap, WIELS, Workspace Brussels, kunstencentrum BUDA, FRAC Bretagne, Musée de la Danse - CCN de Rennes, Théâtre de Poche - Hédé-Bazouges, Erick Demeyer, Auguste Orts & Figure Project en Netwerk Aalst.