TERMINOLOGIE IN BRUIKLEEN, SET 2

RHETORISCHE CATEGORIEËN DOOR DE SCHADUWKUNSTENAAR

Volgens Edgar Schmitz is een instelling niet onverschillig tegenover de manier waarop wij deze benoemen. De taal die we gebruiken, schetst een bepaald beeld van een instelling. Het veranderen van taal, het herschikken van begrippen, en het anders verspreiden van deze begrippen, leidt bijgevolg tot een verandering in de manier waarop een instelling in elkaar zit.

In zijn rol als Schaduwkunstenaar leent Edgar Schmitz een set alternatieve terminologie aan Netwerk Aalst.

De tweede set bestaat uit drie termen die uiting geven aan onze bezorgdheid over hoe we 'het lokale' beschouwen binnen onze werking.

Terwijl de eerste reeks terminologie in bruikleen referentiecategorieën biedt, stelt deze tweede reeks een aantal acties voor die relaties herschikken.

Ze staan eerder polemisch tegenover begrippen die we nu al gebruiken, en de inherente politieke en ideologische implicaties (vooral met betrekking tot de manier waarop ze hiërarchieën bevestigen door een verlangen te identificeren bij éen groep, en een andere groep in staat stellen om aan dat verlangen tegemoet te komen.

— Edgar Schmitz

4. Tunneling

Met betrekking tot het vervangen van ‘overbrugging’ als het gaat om het ‘bereiken’ van een publiek.

Tunneling verdringt het idee van 'overbruggen' en suggereert dat verbindingen tussen twee punten niet altijd het beste in de open lucht gemaakt kunnen worden, een donkere en intens materiële kant kunnen hebben, en vaak grote hoeveelheden puin produceren die verzorgd moeten worden. In het soort tunnels dat wordt gegraven om kluizen en kluizen binnen te gaan, is dit puin vaak meer een probleem dan het flagrante gebrek aan zuurstof, en zelfs het lawaai.

Als we het hebben over tunneling in plaats van over overbrugging, moeten we opnieuw nadenken over wat voor verbanden we willen hebben en welke inspanningen nodig kunnen zijn om ze te faciliteren.

5. Perforeren

Deze term is anders dan 'openenbaren’ omdat het de interface tussen binnen en buiten dramatiseert in plaats van te ontmantelen. We openen of openbaren geen inhoud of een artistieke praktijk, maar perforeren deze.

Door te spreken van perforeren in plaats van openbaren, krijgen we inzicht in de beperkte mate waarin we iets echt kunnen blootleggen. Zo moeten we steeds rekening houden met weerstand en oppervlaktespanningen, en slagen we er slechts in om gedeeltelijke en semi- transparante doorzichten te krijgen.

6. Portalling

In plaats van te spreken over ‘verbinden’.

Wanneer we portalling gebruiken, krijgen we inzicht in het feit dat een benadering sprongen door tijd en ruimte inhoudt die niet lineair zijn.

Portals bieden geen beeld van ruimte als iets vaststaand, maar manifesteren zich eerder als een soort trilling in de oppervlaktetextuur van het beeld.

Spreken over portalling in plaats van ‘verbinding’ zet de deur open voor vreemdsoortige trajecten, die in virtuele en ‘echte’ architecturen worden uitgevoerd.