Unrelated. Een introductie door Vanessa Joan Müller

Social distancing, de twee codewoorden tijdens de dagen, weken en maanden die gedomineerd worden door het coronavirus – uit elkaar blijven, fysiek contact vermijden. Van elkaar gescheiden zijn is het nieuwe sociaal. Niettemin vrezen velen dat ze vervreemd zullen raken doordat ze zoveel tijd doorbrengen in afzondering. Maar wat betekent “vervreemding” eigenlijk? De term was erg in zwang in de jaren zestig en zeventig en is nauw verbonden met Adorno’s Frankfurter school, met Horckheimer en anderen, maar zoals vele filosofische categorieën is ook vervreemding een eerder vaag concept dat uiteenlopende fenomenen aanduidt, zoals onverschilligheid, een gevoel van afzondering, het aftakelen van sociale verbondenheid, de wrok en apathie die worden opgewekt door de sociale druk om zich te conformeren en te presteren, een gebrek aan vertrouwen in instellingen, het zich terugtrekken in de privésfeer, zich niet identificeren met zijn job, enzovoort. In wezen omschrijft vervreemding een paradoxale toestand van tegelijk inclusie en isolatie. Subjecten beschouwen relaties, instellingen, dingen en humaan werk als vreemde entiteiten die niet langer kunnen worden teruggevoerd tot henzelf. Een vervreemde mens is “a stranger in the world that he himself has made” [een vreemdeling in de wereld die hij zelf gemaakt heeft] (Alasdair MacIntyre). Als ze niet wordt opgevat als een toevallig gebroken verbinding, maar eerder als een structureel probleem van het moderne bestaan, dat is de relatie tussen het zelf en de wereld niet langer gebaseerd op resonantie en wederkerigheid, maar gaat het om een “relation of unrelatedness”, zoals Rahel Jaeggi het stelt, een relatie gebaseerd op het “niet gerelateerd” zijn.

Samen met Nicolaus Schafhausen cureerde ik Antarctica, An Exhibition on Alienation [Antarctica. Een tentoonstelling over vervreemding] voor de Kunsthalle Wien, in het najaar van 2018. Een van de hoofdvragen die we ons stelden bij het maken van de tentoonstelling was of vervreemding nog steeds een geschikte term zou tijd om de hedendaagse maatschappij mee te omschrijven (en te analyseren). De titel van de tentoonstelling – gebaseerd op een schets voor een film van Michelangelo Antonioni – richtte zich op de kilte als het drijvende principe achter de geavanceerde moderniteit: “De gletsjers van Antarctica komen per jaar drie millimeter dichterbij. Reken uit wanneer ze ons zullen bereiken. Maak een film die anticipeert op wat er dan zal gebeuren.” Antonioni, meester van het existentialistische drama dat handelt over geïndividualiseerde subjectiviteit en de emotionele bevriezing van de bourgeoisie, omarmt vervreemding als een gepaste diagnose van de naoorlogse moderniteit. De ijsbergen van zijn metaforische Antarctica zouden inderdaad een zeer juiste visuele metafoor geweest zijn voor het feit dat we samen van elkaar gescheiden zijn. Vervreemding als een “van elkaar onthecht raken” heeft veelal een ondertoon van kilheid. Kilheid manifesteert zich als een haptische eigenschap die kan worden waargenomen aan het oppervlak van het geïsoleerde lichaam, op de huid, als het resultaat van afscheiding. Sinds de romantiek heeft de cultuurkritiek deze connotatie aangewend. Het proces van vervreemding werd gezien als een verlies van emotionele directheid en existentiële zekerheid. Als filosofische term is vervreemding meer omlijnd – Hegel gebruikte hem om aan te duiden hoe het idee tot uitdrukking komt in de natuur of hoe de mens zich uitdrukt in zijn werk; Feuerbach ontwikkelde het idee van zelfvervreemding en beklemtoonde daarmee het aspect van antropologische verarming; uiteindelijk paste Marx de interpretatie van Feuerbach toe op het sociale binnen zijn opvatting over uitbuiting. Het was Ernst Bloch die opmerkte dat het begrip vervreemding al heel vroeg werd gebruikt met betrekking tot zakendoen: het Latijnse abalienare betekent “iets verkopen” of “ergens over beschikken”. Volgens Marx is vervreemding het resultaat van een van de basisvoorwaarden voor het kapitalisme, namelijk het feit dat de arbeider is afgescheiden van de middelen van sociale productie, van zijn creatieve competenties als arbeider. Doordat hij zich niet op een zinvolle manier verbonden kan voelen met de producten die uit zijn arbeid resulteren en doordat hij niet meer is dan een “verlengstuk van de machine”, wordt de burgermaatschappij voor de arbeider een vreemde, “vijandige wereld”.

Zowel de diagnose als het begrip vervreemding als “in kilheid van elkaar onthecht raken” lijken nu ietwat gedateerd. We leven in een tijd van opwarming en niet enkel wat het klimaat betreft: affect en creativiteit hebben de plaats ingenomen van de isolatie van het subject, dat een gespletenheid in zichzelf voelt en weerstand biedt aan een vreedzame verzoening met de toestand. Authenticiteit is de slogan van de dag, “het zelf” is de protagonist. Maar betekent dit dat vervreemding slecht een kwaal uit het verleden is? Of is ze, integendeel, net zo alomtegenwoordig geworden dat ze gewoon niet meer als dusdanig verschijnt?

We zouden kunnen stellen dat in “the new spirit of capitalism” [de nieuwe geest van het kapitalisme], zoals Eve Chiapello en Luc Boltanski de afgelopen decennia hebben omschreven, dat de werkende wereld de fundamenten heeft gelegd voor een nieuwe vorm van vervreemding. Hoewel de generatie van mei ’68 met haar protesten vocht tegen de “sociale kilheid” van de maatschappij, zou het op lange termijn net deze opstand kunnen zijn, die zich richtte op creativiteit, authenticiteit, persoonlijke verantwoordelijkheid en flexibiliteit als tegenwicht tegen de “mimesis van de gevoellozen en vervreemden” (Adorno), die uiteindelijk geleid heeft tot de neoliberale overidentificatie met de job die men uitoefent, tot zelfoptimalisering en andere uitdrukkingen van een perfect samenvallen van individueel verlangen en universele sociale behoefte. Een gevolg van deze allesomvattende authentieke en creatieve performance zou inderdaad uitputting kunnen zijn, of lethargie en depressie, kortom vervreemding: het “uitgeputte zelf” bevriest niet langer, het is eenvoudigweg opgebrand.

Unrelated is een langetermijnsproject dat vervreemding zal beschouwen als een hedendaagse toestand en een toestand van het hedendaagse. Het zal functioneren als een soort achtergrondgeluid, een stem ergens in de ruimte die de andere projecten die plaatsvinden in Netwerk Aalst zal begeleiden als deel van The Astronaut Metaphor. Het zal neerslaan in een reeks teksten, interviews en conversatie. Het kan een filmprogramma omvatten, een tentoonstelling in de marge van de instelling, een podcast, een lijst met aanbevolen lectuur – alle samen zullen ze iets toevoegen aan de onderwerpen die aan bod komen in The Astronaut Metaphor als geheel.