tekst

Een gesprek met Dora García over Red Love

Met Antonio Cataldo, artistiek directeur, Fotogalleriet; Piet Mertens, curator, Netwerk Aalst; en Pieternel Vermoortel, artistiek directeur, Netwerk Aalst

Piet Mertens:

De persoon van Alexandra Kollontai [geb. 1872, Sint-Petersburg; gest. 1952, Moskou] werd in talrijke feministische golven doorheen de geschiedenis uitgelicht. Wat heeft je ertoe aangezet om haar werk onder de loep te nemen? Waarom nu een nieuwe kijk op dit personage?

Dora García:

De naam Kollontai was op een of andere manier altijd in mijn gedachten. Toen ik een tiener was, maakte ik deel uit van een politieke studiegroep met de naam Flora Tristan Work Group [Grupo de Trabajo Flora Tristan]. Flora Tristan was een schitterende Frans-Peruviaanse pionier van het feminisme en een socialiste. De groep had een omvangrijke bibliotheek met een uitgebreid gedeelte over Kollontai. Ik heb die boeken destijds niet gelezen maar ik herinner me dat ik ze vasthield, dus ik wist dat ze bestonden. Toen ik door curator Maria Lind werd gevraagd om samen met Tensta konsthall en CuratorLab Stockholm te werken aan een eenjarig onderzoeksproject [2017–18] over Alexandra Kollontai, begon ik haar teksten te lezen. Twee dingen vielen me op: ten eerste dat sommige van Kollontai’s specifieke concepten te maken hadden met zeer hedendaagse bekommernissen over wat de vierde feministische golf wordt genoemd; en ten tweede, hoe belangrijk Kollontai lijkt te zijn in Zuid-Amerika.

Het is heel interessant om te zien hoe ze na haar dood door iedereen wordt herinnerd zoals het hen het beste uitkomt. In Rusland bijvoorbeeld is haar rol als opruier en seksueel activiste volledig uitgewist – ze staat vooral bekend als historisch revolutionair en ambassadrice.

In 1922 schreef ze twee artikels voor het tijdschrift Rabotnitsa [The Woman Worker] die een groot schandaal veroorzaakten. Een daarvan was Make Way for Winged Eros, waarin ze toelicht hoe ze het concept van ‘kameraadschappelijke liefde’ zag. Wat niet de ‘vrije liefde’ was waar iedereen het voortdurend over had (en wat we vandaag onder polyamorie of promiscuïteit zouden begrijpen). Het betekende iets dat veel dichter in de buurt komt van wat we tegenwoordig ‘revolutionaire liefde’ zouden noemen. Een liefde gekanaliseerd door de gemeenschap.

Het tweede schandaal ging over een artikel met de titel On ‘the Dragon’ and ‘the White Bird’. Hierin prees ze Anna Achmatova als een model van de ‘nieuwe vrouw’ – een vrouw die haar werk boven gezins- en huwelijksplichten stelt, een die durft lief te hebben voorbij de conventie. Achmatova was waarschijnlijk de grootste Russische dichter van de twintigste eeuw en een vijand van het volk. Een vijand van de communistische staat, maar Kollontai stond achter haar als iemand waarvan Russische vrouwen nog veel konden leren.

Deze schandalen markeerden het einde van Kollontai’s publicaties in Rusland. Maar tegen die tijd werd ze al over de hele wereld uitgegeven. Er was, zoals ze het noemden, een ‘Red Love fever’ wereldwijd dat een eigen leven ging leiden. Doorheen de geschiedenis zouden verschillende feministische golven nieuwe allianties aangaan met het werk van Kollontai. Zo heb je een grote publicatiegolf van haar werk in de jaren dertig, dan bijna niets in de jaren veertig of vijftig, dan verschijnt ze weer in de jaren zestig en zeventig (tweede feministische golf) met vertalingen in het Engels en Frans, en belangwekkende publicaties. Dan weer nauwelijks iets in de jaren tachtig, waarna het werk terug verschijnt in de jaren negentig (derde golf) en nu weer (vierde golf). Haar volledige werk wordt momenteel heruitgegeven in Argentinië en in de Verenigde Staten.

PM:

Kollontai leefde in een tijd van radicale politieke en sociale verandering; men zou kunnen stellen dat de toenmalige omstandigheden gunstig waren voor de ontwikkeling van dergelijke ideeën. Wie zie jij vandaag doen wat Kollontai destijds heeft gedaan?

DG:

De Sovjetrevolutie was zo’n uitzonderlijk gebeuren. Omwille van superspecifieke omstandigheden en dito mensen was dit mogelijk, maar ik denk dat veel van de dingen die Kollontai toen probeerde te winnen, nog niet zijn gewonnen; de strijd om abortus is nog niet gewonnen. Ook de ideeën van Kollontai over het ondersteunen van moeders en jonge kinderen door het professionaliseren en collectief organiseren van huishoudelijk werk is iets waar tegenwoordig veel over gesproken wordt maar weinig naar gehandeld.

En ze zei iets dat vandaag nog steeds ongelooflijk relevant is: er zal geen bevrijding van vrouwen zijn totdat ‘het gezin is afgeschaft’, waarmee wordt bedoeld het burgerlijke gezin zoals wij het verstaan en het economische systeem dat ermee gepaard gaat – het kapitalisme. En pas wanneer het gezin zoals wij er invulling aan geven, eindigt, zal de emancipatie van vrouwen beginnen. Of om het in de vorm van een slogan te zeggen: geen echte revolutie zonder seksuele revolutie.

Wie doet vandaag wat Kollontai destijds heeft gedaan? Sowieso een collectief. Een collectief van mensen die demonstreren en werken om deze dingen waar te maken. Denk bijvoorbeeld aan de vrouwenbewegingen in Polen, Mexico en Argentinië die zich inzetten om abortus te decriminaliseren.

Antonio Cataldo:

Aangekomen bij de tentoonstelling: kan je iets meer vertellen over het concept Red Love in het algemeen?

DG:

Juist ja, het verhaal van het begrip Red Love. Het komt voort uit een interessant misverstand. Kollontai noemde geen van haar werken ‘Red Love’. Dit was een soort marketingstrategie die werd toegepast tijdens het vertalen in verschillende landen; ze schreef een roman die A Great Love [Bolshaya lyubov] heette en in de Verenigde Staten werd vertaald als Red Love.

Toenmaals hadden auteurs niets te zeggen over de vertaling. Een Letse vertaling baseerde zich niet op de Russische maar op de Engelse tekst en sprak ook van Red Love. Hetzelfde in Azië (Korea, Japan), maar deze keer schreven ze de titel Red Love niet toe aan haar roman A Great Love maar aan Vasilisa Malygina. Hetzelfde gebeurde ook in Mexico: daar werd een andere tekst (wederom Vasilisa Malygina) dan in de Verenigde Staten ‘Red Love’ genoemd. Grappig is dat de roman in Mexico werd verkocht als een soort van softporno voor mannen. Kollontai was expliciet over seks, wat betekent dat de personages in haar romans seks hadden en zelfs zeiden hoeveel ze ervan genoten. Je kan je voorstellen dat Kollontai geschokt was toen ze naar Mexico reisde en ontdekte dat de roman die ze had geschreven om vrouwen te informeren over werk en liefde, aan mannen werd verkocht als een seksueel expliciete roman.

Ik vind het belangrijk om Charles Fourier te noemen, een protosocialist die sprak over de seksuele revolutie als de sleutel of de conditio sine qua non voor een revolutie. Hij was ook degene die het woord féminisme heeft bedacht in 1837. Hier wordt hij geparafraseerd door Marx: “De verandering in een historisch tijdperk kan altijd worden bepaald door de vooruitgang van vrouwen in de richting van vrijheid, omdat in de relatie van vrouw tot man, van zwak tot sterk, de overwinning van de menselijke natuur op wreedheid het duidelijkst is. De graad van emancipatie van vrouwen is de natuurlijke maatstaf van algemene emancipatie.” Een revolutie van liefde: daarom koos ik deze titel (Red Love). Ondanks dat Kollontai er zelf een hekel aan had vanwege zijn vermogen om er veel dingen onder te schikken, net als een paraplu. Gebruikmakend van deze overkoepelende functie stel ik onder deze titel veel verschillende aspecten van het project voor: films, publicaties, lezingen en gesprekken, en een nieuw opgerichte onderzoeksgroep in Bern (‘Position, Voice, Mundo’ aan de Sommerakademie Paul Klee). Al deze onderdelen dragen op de een of andere manier gelijktijdig bij om dit project vooruit te helpen. Ik probeer duidelijke verbanden te leggen met transfeminisme en andere dissidenten, zoals de Crip/Queer Movement. Zoals wordt gezegd: “Niemand is vrij totdat iedereen vrij is.” (Fannie Lou Hamer)

Pieternel Vermoortel:

Wat voor vragen en boodschappen brengen de tentoonstelling en de werken geselecteerd voor de tentoonstelling naar de context waarin ze worden gepresenteerd?

DG:

De tentoonstelling die we maken is het product van lopend onderzoek sinds 2018. Het deel dat chronologisch op de eerste plaats komt is Love with Obstacles. Het is een film die in oktober 2019 in het archief in Moskou is gemaakt. Dat was enkel mogelijk dankzij een subsidie van het Garage Field Research Program in Moskou en de hulp van Maria Lind. We kregen toegang tot de archieven (wat best moeilijk is). De film Love with Obstacles toont de complexiteit van Kollontai in vier brieven die door vier vrouwen worden voorgelezen in het Engels, maar de oorspronkelijke taal (Zweeds, Russisch) krijg je ook in beeld: 1. werken aan de toekomst, voor wat nog moet komen; 2. hoe ze haar nalatenschap wil organiseren; 3. relaties; 4. teleurstelling. Deze vier brieven worden aangevuld met een sciencefictionroman waarin ze zich voorstelt hoe de Sovjet-Unie er in 1970 zou uitzien.

De tweede film, Si pudiera desear algo (If I Could Wish for Something), gaat over de onvervulde belofte die de revolutie aan vrouwen deed. Deze film is collectief en vanop afstand gemaakt (in de jaren dat we niet konden reizen, 2020-21) en volgt de vrouwendemonstraties in Mexico van de afgelopen drie jaar. Demonstraties die het specifieke karakter hebben een woedend antwoord te zijn op een klimaat van extreem geweld tegen vrouwen. Mexico heeft een zeer krachtige feministische en transfeministische beweging die ongelooflijke beelden en geluiden met zich meebrengt. Ik werkte met zeven cinematografen die hun originele beeldmateriaal aandroegen dat ik later monteerde. Ik combineerde de montage van de beelden met een lied: een opdracht aan een transgenderzanger in Mexico die een zeer vrije versie maakte van een oud Weimar-lied, in het Duits getiteld ‘Wenn ich mir was wünschen dürfte’. Ik vertaalde het in ‘Si pudiera desear algo’.

Naast deze twee films zijn er ook ander gedocumenteerde materialen als affiches met slogans die ze scanderen tijdens de protesten in de film, slogans van Kollontai zelf, een keur afbeeldingen, boeken uit die tijd en enkele facsimile’s van brieven. Daartussen een handgeschreven notitie van Kollontai (het waardevolste element van allemaal) waarin ze op een zeer intieme manier beschrijft hoe belangrijk het voor haar was om de wetgeving aan te nemen die abortus decriminaliseerde.

 

AC:

Wat gebeurt er met materiaal uit demonstraties wanneer je het overhevelt naar de tentoonstellingsruimte?

 

DG:

Het is een kwestie van doorgeven. Wat in de tentoonstelling wordt getoond, is hoe ik begrijp hoe deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Het beeldmateriaal is afkomstig van mensen die erbij waren, maar niet veel mensen hebben het live of via de media gezien. En de mensen die het via de media hebben gezien, zagen ‘handig’ bewerkte versies zoals je die op de Mexicaanse tv ziet of op YouTube. Ze zijn allemaal erg heldhaftig, ze zijn allemaal gemaakt om indruk te maken op het publiek en tonen hoe moedig deze vrouwen zijn, maar ze leiden af ​​van wat ik denk dat belangrijk is. Van woede, van teleurstelling, van het gevoel van verlatenheid bij deze vrouwen. Net als bij de archieven van Kollontai komen de belangrijkste gevoelens niet naar voren in officiële documentatie. In de film heb je vrouwen die muren vernielen; het is een zeer repetitief beeld, vrouwen die muren vernielen, muren waar geschreven staat “El Estado nos mata” [De staat vermoordt ons], “Iglesia Pederasta” [Pedofiele Kerk]; deze beelden zal je nergens in de kranten of op televisie zien.

Het zijn heel sterke beelden van vrouwen die volstrekt in woede zijn; ze hebben er genoeg van en pikken het niet langer. De dingen die ze zingen en zeggen, getuigen voor mij van een nieuw hoofdstuk in de feministische beweging. Veel mensen hebben deze beweging officieel bestempeld als gewelddadig, je weet wel, als quasi-terroristisch, als vrouwen die openbaar eigendom vernielen. Maar als je in opstand komt, moet je iets breken in het proces. Voor mij was het belangrijk om dit te onderstrepen. In de film probeer ik al deze korte beelden te begrijpen, meestal gefilmd met een telefoon en zelden langer dan twee minuten. Ik probeer het logisch te maken door een structuur te geven, en dan probeer ik het een andere draai te geven door de herinnering aan het Weimar-lied: me voorstellen dat de teleurstelling en het verdriet van vrouwen al zo lang aan de gang is, dat het een kernelement werd van hun strijd. Droefheid.

Niet om hen in de slachtofferrol te plaatsen, integendeel, om in te kunnen leven in zoveel collectieven en gemeenschappen, zoals de transgendergemeenschap of de inheemse gemeenschap, die gruwelijke verhalen over verkrachting en geweld kunnen delen. Dit geweld is een gemeengoed geworden, een context. Daarvoor is de film. Zoals de meeste films zijn Love with Obstacles en Si pudiera desear algo gemaakt om in de cinema te worden vertoond, maar in een tentoonstelling heb je het voordeel dat je het kunt contextualiseren, het kunt begeleiden met andere documentatie en het kunt gebruiken als achtergrond voor debat, wat is iets moeilijker te doen in een traditionele cinemavoorstelling.


 

06.04.2020